Thuis wonen of op kamers?

Je hebt er vast al vaker over nagedacht: wat is de beste plek om te wonen? Blijf je nog even bij je ouders of ga je op kamers? Voor sommige een lastige keuze. Daarom hebben wij de voor- en nadelen voor jou op een rijtje gezet!

De gemiddelde leeftijd waarop jongeren het ouderlijk huis verlaten en zelfstandig gaan wonen is aan het stijgen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat deze in 2016 zelfs is opgelopen tot 24,6 jaar en daar zijn verschillende redenen voor:

kamers

1.    Het is duur: Sinds september 2015 krijgen nieuwe studenten geen basisbeurs meer waardoor zij zo’n €270 per maand “mislopen”, en dat terwijl de prijzen van particuliere kamers juist met maar liefst 12,5% zijn gestegen. Het gevolg is dat veel studenten verplicht zijn om te gaan lenen, maar lang niet iedereen zit te wachten op een studieschuld.
2.    Overbezorgde ouders: De invloed van overbezorgde ouders kan groot zijn. Het idee van een zoon of dochter die leeft op bier en tosti’s kan ervoor zorgen dat ouders hun kind liever thuishouden.
3.    Thuis wonen is makkelijker: Er zijn genoeg studenten die het zelf niet zien zitten. Zelf koken, schoonmaken en de was doen? Het is toch veel makkelijker als je moeder deze taken op zich neemt?
4.    Je huis delen met huisgenoten: Wat dacht je van het feit dat je de keuken, de wc en/of de badkamer moet delen met minimaal 1 ander persoon. Onhandig als je een keer haast hebt. Daarnaast is het ook altijd maar afwachten of de ander zich aan het schoonmaakrooster houdt.
5.    Herrie: Je moet er rekening mee houden dat huisgenoten soms een heel ander schema hebben dan jijzelf. Op de momenten dat jij rustig wilt gaan studeren kan jouw buurman net bedacht hebben om zijn nieuwe stereo-installatie uit te gaan testen. En op de avond dat jij op tijd wilt gaan slapen omdat je de volgende ochtend een tentamen hebt heeft één van jouw huisgenoten net bedacht dat hij een feestje wilde geven.

Dit klinkt misschien allemaal heel negatief, maar er zijn natuurlijk ook een hele hoop positieve punten te bedenken!

1.    Niet meer elke dag die trein: Wat dacht je van alle tijd die je ermee wint. Niet meer elke dag uren in de trein (als deze überhaupt al rijdt). Bedenk je eens wat je allemaal kunt doen in de tijd die je daardoor overhoudt.
2.    Je kunt doen wat je wilt: Je kunt doen waar je zin in hebt. Geen ouders die klagen dat je te laat thuis bent of dat je te veel tv kijkt en je bepaalt elke avond zelf wat je wilt eten.
3.    Je leert de stad waar je studeert echt kennen: Wanneer je ergens studeert, maar er niet woon leer je de stad vaak niet (echt) kennen, wanneer je er woont wel. Ten minste, als je de fiets neemt natuurlijk.
4.    Je wordt socialer: Het is gebleken dat het wonen in een studentenhuis ervoor zorgt dat je socialer wordt. Je leert veel meer mensen kennen en je komt elke dag in contact met andere persoonlijkheden en attitudes waardoor je in het dagelijks leven ook een socialer persoon wordt!

Zoals je ziet zijn er een hele hoop voor- en nadelen te bedenken, maar uiteindelijk ben jij de persoon die moet bepalen welke punten zwaarder wegen. Dus wat gaat het worden: op kamers of toch nog even thuis?